Onderaan de streep willen we allemaal hetzelfde
Verslag van dag 6 – Studieweek Ierland, Platform-TL
Twee scholen, één dag. Christian Brothers College in de ochtend, Bishopstown Community School in de middag.
Een particuliere jongensschool met een eeuwenoude prestatiecultuur tegenover een inclusieve gemeenschapsschool waar niets vanzelfsprekend is, behalve dat iedereen erbij hoort.
En toch, zeggen Jorinde de Vos (Griftland College, Soest) en Elaine Neervoort (Zone College, Borculo), ging het vandaag uiteindelijk om precies hetzelfde.
“Onderaan de streep willen we allemaal hetzelfde: goed onderwijs voor iedere leerling.”
Prestatiecultuur en betrokkenheid
Christian Brothers College is een fee-paying school met een rijke geschiedenis. Ouders betalen zo’n vijfduizend euro per jaar. “Het voelde direct als een eliteschool,” zegt Jorinde. “De leerlingen zijn trots. Ze spreken over sportprestaties en oud-leerlingen met veel respect. Je merkt dat er echt iets van ze verwacht wordt.”
Die verwachtingen gelden ook voor de docenten. “Er zijn avondlessen tot negen uur, sportevenementen in het weekend, huiswerkbegeleiding op zaterdag,” vertelt Elaine. “Dat gaat deels onbetaald. Maar je voelt dat ze het belangrijk vinden. Het is voor het kind, zeggen ze dan.”
Wat beide docenten opviel, is de extra inzet van het team. “In Nederland zouden we daar uren voor willen,” zegt Jorinde. “Hier doen ze het gewoon.”
Radicaler in inclusie
Na de lunch volgt een ander verhaal: Bishopstown Community School. Een interconfessionele school die extra overheidsgelden ontvangt vanwege haar DEIS-status. Hier draait het om meedoen, niet om selectie.
“Bij binnenkomst zong een groep leerlingen een lied in gebarentaal,” vertelt Jorinde. “Er waren rolstoelen, begeleiders, tolken, iedereen hoort erbij. Dat is nergens een vraag.”
Inclusie is hier geen project. “Ze regelen gebarentolken voor dove leerlingen die op stage gaan,” zegt Elaine. “In de klas, op de gang, bij het sporten. De ondersteuning is er gewoon. Geen discussie, geen gedoe.”
Volgens haar is dat het grote verschil met eerdere DEIS-scholen, vooral in Dublin: “Daar lag de nadruk meer op armoedebestrijding. Hier ligt de focus echt op inclusie.”
Leesbevordering met lef
In beide scholen kwam ook het leesbeleid ter sprake. Bij CBC zagen ze een klassieke bibliotheek. “Veel hout, hoge kasten, vooral serieuze literatuur,” zegt Jorinde. “Dat past bij de sfeer van de school, maar het lijkt minder gericht op leesplezier.”
Bij Bishopstown lag dat anders. “Daar hadden ze mini-biebs waar leerlingen boeken konden ruilen,” zegt Elaine. “Een mooi initiatief: Drop Everything and Read,” vult Jorinde aan. Dan klinkt er een oproep via de intercom, en iedereen stopt waar hij mee bezig is om even te lezen. Zo simpel, maar zó krachtig.”
Leiderschap en organisatie
De rol van de schoolleider verschilde ook. “Bij CBC voelde het meer als een vertegenwoordiger,” zegt Elaine. “Netwerken, oud-leerlingen, prestige. Bij andere scholen eerder deze week zag je schoolleiders die ook de printer fixen.”
Wat Jorinde opviel bij Bishopstown: “Iedereen lijkt te weten wat er speelt. Er is een gedeelde lijn. Wat er in de lessen gebeurt, lijkt breed gedragen. Dat geeft rust.”
Wat blijft hangen
Voor Jorinde is het leesbeleid iets om over na te denken. “Dat je lezen iets van de hele school maakt, zelfs iets voor ouders. Dat vind ik mooi.”
Elaine denkt aan het fundament: “Welbevinden wordt hier echt serieus genomen. Veel serieuzer dan bij ons soms. Ze zeggen: als het goed gaat met een leerling, volgt het leren vanzelf. En daar zit iets in.”
Ze kijkt nog één keer terug: “Of je nou werkt met prestige of met subsidie, met een bibliotheek van eikenhout of van gekleurd karton, de drijfveer is overal hetzelfde. Iedereen wil dat kinderen groeien. Alleen de route verschilt.”




