Onderwijs onder druk

Onderwijs onder druk

Dag 3 – Studiereis Ierland, Platform-TL

In het noorden van Dublin, waar de groep logeert, liggen de contrasten open op straat. Zwerver op de stoep, politie achter een dealer aan, iemand uit de groep onprettig benaderd. “Dat was in het eerste uur al,” vertelt Marjan Schumacher, teamleider leerjaar 2 en mavo 3 van het Dalí College in Heemskerk. “Dan weet je meteen: dit is een andere omgeving.”

Samen met Jerney van Leijden, afdelingsleider vmbo op het Markland College in Oudenbosch, bezocht ze vandaag twee scholen in dit deel van de stad. Beiden kijken met open blik en een nuchtere eerlijkheid terug op een dag vol observaties.


Twee scholen, twee werkelijkheden

De ochtend begon op O’Connell Secondary School, een jongensschool met een lange historie. Maar die historie weegt zwaar. Waar ooit 1.100 leerlingen rondliepen, zijn het er nu nog 220. “Als ze onder de 200 zakken, komt het voortbestaan in gevaar,” zegt Jerney. “En je ziet dat het gebouw echt in verval is. Ze hebben niet veel middelen.”

Dat geldt ook voor de gezinnen van veel leerlingen. “Een kwart van de jongens heeft extra ondersteuning nodig,” vertelt Marjan. “Sommigen zijn dakloos of komen uit extreem kwetsbare thuissituaties.” Het schooluniform is er niet uit traditie, maar om kosten te drukken en ongelijkheid in kleding te voorkomen.

‘s Middags volgt een bezoek aan Larkin Community College. Een gemengde school, jonger en moderner. “De staat van het gebouw is beter,” zegt Marjan “Maar ook hier is de context pittig.” Toch is de sfeer anders. “De directeur was zó betrokken. Zo iemand wil je op elke school. Hij draagt die plek, je voelt dat meteen.”

Wat opvalt: het telefoonbeleid. “Bij Larkin gebruiken ze van die beveiligingstags zoals je in winkels ziet,” lacht Jerney. “Telefoons gaan in tasjes met zo’n slot erop. Internationaal probleem, creatieve oplossing.”


Wat het systeem zegt en wat scholen meemaken

’s Ochtends sprak de groep met Paul Crone, directeur van de Ierse VO-raad. Hij gaf inzicht in het systeem en de uitdagingen. “Hij zei dat leraren hier goed betaald worden,” zegt Jerney. “Maar de schoolleiders die wij spraken zeiden juist het tegenovergestelde. Het leven is hier zo duur, dat ze nauwelijks rondkomen.”

Die spanning zit ook in andere zaken. “Er is discussie over extra beloning voor docenten in zwaardere regio’s,” legt Marjan uit. “Maar op het platteland ligt dat gevoelig. En de vakbonden blokkeren het. Dat klonk behoorlijk herkenbaar.”


Wat wél beklijft

De vraag of er iets mee naar huis genomen kan worden, krijgt een aarzelend antwoord. “Ik heb nog niet iets gezien waarvan ik denk: dat zou ik zo bij ons willen invoeren,” zegt Marjan. “De omstandigheden zijn zó anders. Je kunt het niet zomaar vergelijken.”

En toch is er inspiratie. “Ik haal op dit moment meer uit de gesprekken met collega’s dan uit de schoolbezoeken zelf,” zegt Jerney. “We hebben het over aanpakken, over beleid, over telefoongebruik. Iemand uit de groep stuurde me al een compleet telefoonbeleid op. Dat soort dingen zijn zó waardevol.”

Wat als het systeem niet meewerkt?

Wat blijft hangen is niet een goed ingerichte aula of een sterk curriculum. Het is het gevoel dat scholen met beperkte middelen tóch doorgaan. Dat betrokkenheid het verschil maakt. Niet het systeem houdt ze overeind, maar de mensen in de school.

“Ze doen het ermee,” zegt Marjan. “Niet perfect, maar wel met toewijding. En dat is misschien wel het meest inspirerende van vandaag.”

Rhody

3

Laat een reactie achter